Leerlingenreglement

In de eetzaal

Bij het belsignaal neemt 1 leerling de lege box mee naar de eetzaal en zet de box tegen de muur of aan de deur neer. In de box lig(t)gen ook de bal(len).

Als ik ’s middags blijf eten, ga ik in mijn rij staan. Dat gebeurt per klas en op de aangeduide plaats:

  • 1ste t/m 3de leerjaar : boven in de gang
  • 4de t/m 6de leerjaar : op de speelplaats

Ik zorg dat ik om 12:05 mijn jas aan heb zodat ik na de eetzaal niet meer naar de klas moet.

Ik ga met mijn rij en onder begeleiding van de leerkracht naar de eetzaal. In de gang zwijg ik.

Bij het binnenkomen ben ik rustig en volg ik in de rij om te gaan zitten.

In de eetzaal zijn er geen vaste zitplaatsen. De leerkrachten met toezicht duiden de plaats aan. Enkel als een rij stoelen of banken volledig bezet is mag men aan een nieuwe rij beginnen.

Na het fluitsignaal maken we het stil en maken we een kruisteken. Dan begin ik in stilte te eten.

Enkel met een bonnetje (geen geld) kan ik drank en/of soep krijgen. Bonnetjes kunnen op maandag gekocht worden:

  • Voor de leerlingen van 1ste t/m 3de leerjaar: in de klas
  • Voor de leerlingen van 4de t/m 6de leerjaar: om 10:00 (voormiddagspeeltijd) op het secretariaat

De eetzaal is een plaats van rust en orde. Ik ga aan tafel, dus zeker niet luidop praten. Als ik klaar ben met eten mag ik op fluistertoon praten, als mijn buurman ook klaar is met eten.

Als ik mij aan de afspraken houd zal de kans zeer klein zijn dat er geknoeid wordt. Ik wil mijn eetplaats ordelijk achterlaten. De poetsvrouw die na mij komt zal niet over mij hoeven te klagen.

Voor de leerling die herhaaldelijk de afspraken niet naleeft kunnen er strenge maatregelen getroffen worden. Dan kan bijvoorbeeld de toegang tot de eetzaal verboden worden. De ouders worden hiervan verwittigd om zelf maatregelen te kunnen treffen.

Op het teken van de leerkracht ga ik met mijn rij rustig naar de speelplaats. Hierbij denk ik aan het volgende:

  • ik neem mijn afval mee en doe het in de afvalbak
  • de soepkom en het flesje laat ik staan
  • mijn boterhamdoos leg ik bij het buitengaan in de box van mijn klas
  • ik ga nooit zonder toelating naar de klas of elders in het schoolgebouw

Als ik een trage eter ben mag ik blijven zitten tot ik gedaan heb met eten. Iedereen krijgt ruim de tijd om rustig te eten.

Ik vraag aan mijn ouders om mijn naam op mijn boterhamdoos te schrijven. Zo kan ik ze niet vlug verliezen.

Bij het binnen gaan na de middagspeeltijd moet de verantwoordelijke leerling de box meenemen naar de klas (niet tussendoor !)

In de klas

Tijdens het klasgebed nemen we een gepaste, respectvolle houding aan;

Op onze bank(jes) leggen we enkel de spullen die we voor de les nodig hebben.

We houden onze bank(jes) of werktafel en boekentas tiptop in orde.

We storen de lessen niet.

We dragen zorg voor het schoolmaterieel en de leerboeken die we in bruikleen krijgen.

Tijdens een klasbezoek (directie, leerkracht, ouders, …) zijn we beleefd, blijven we rustig en tonen we dat we onszelf kunnen beheersen.

We verzorgen onze kleding en ons voorkomen. Met andere woorden : we komen steeds netjes voor de dag.

Als we het woord willen, steken we beleefd onze vinger op. We roepen niet. Als iemand het woord krijgt, gaan de andere vingers weg. We luisteren naar onze klasgenootjes.

In de gangen zijn we stil, blijven we in groep en storen we de lessen niet. We rennen, roepen en spelen niet.

Tijdens de speeltijd gaan we naar het toilet. Tijdens de lessen gaan we enkel naar het toilet als het echt nodig is. We maken dan geen omweg naar de toiletruimte. We rennen, roepen, spelen niet. De toiletruimte houden we steeds proper. We verknoeien geen water en geen toiletpapier. We spoelen het toilet steeds door. Na gebruik van het toilet wassen we onze handen en gaan dan rechtstreeks naar onze klas terug.

We hebben respect voor ieders mening, ook al zijn we er niet mee akkoord.

Bij het begin van de lessen stappen we meteen naar onze plaats en leggen daar meteen de nodige spullen klaar. Het wisselen van de spullen na of tijdens de les gebeurt rustig en vlot.

We overladen onze boekentassen niet. We nemen alleen die spullen mee naar huis die we voor die avond voor lessen en huiswerk nodig hebben. Voor huiswerkblaadjes gebruiken we een (kartonnen) mapje.

Boekentassen zetten we steeds naast onze bank en hangen we niet aan de leuning van onze stoel.

Na afwezigheid (wegens ziekte bijvoorbeeld) geven we spontaan een afwezigheidsbriefje van onze ouders (of arts) aan onze juf of meester af.

We brengen zoveel mogelijk gepast geld mee naar school.

Spulletjes die we dagelijks in de klas gebruiken, hebben we ook steeds bij. We zorgen ook voor een reservepen.

Als we te laat komen delen we aan de juf of meester mee waarom we te laat zijn. Als we te laat komen en het klasgebed is bezig, dan blijven we beleefd aan de klasdeur staan tot het gebed afgelopen is.

Op het eind van de schooldag ruimen we onze bank(jes) op en schuiven onze stoelen eronder.

Tijdens de lessen eten en drinken we niet, tenzij we dit samen met onze juf of meester hebben afgesproken.

Informatieblaadjes die we van school mee naar huis krijgen, bergen we op in een mapje en geven we thuis meteen af.

We vullen onze schoolagenda verzorgd en volgens afspraak in.

We lopen niet zonder reden door de klas.

We beperken het binnenblijven tijdens de speeltijden. Het kan enkel bij ziekte, of op vraag van onze ouders.

We schrijven netjes, leesbaar en verzorgd.

Als we sneller klaar zijn met een taak dan anderen, houden we ons zinvol bezig met de extra opdracht die de juf of meester ons gaf of we lezen in een bibliotheekboek.

We leveren onze huistaken op tijd in en leren onze lessen grondig.

In de rij

We zorgen ervoor dat we tijdig op school zijn om met de rij naar de klas te kunnen gaan.

Op teken van onze leerkracht (na de 2de bel) begeven we ons in stilte en ordelijk naar de klas. We blijven rustig en stil op de trappen en in de gang en wachten op de afgesproken plaats. Rennen is niet toegestaan. In de rij eten, drinken en spelen we niet.

Aan ons klaslokaal vormen we een ordelijke en rustige rij aan de kapstokken. We hangen onze jassen op een fatsoenlijke manier aan de kapstok

Het spelmateriaal (ballen, hoepels, touwen …) leggen we op een door de leerkracht afgesproken plaats.

Om met de rij naar de speelplaats te gaan houden we ons aan dezelfde afspraken

Op de speelplaats

Als ik voor schooltijd op de speelplaats kom, breng ik mijn schooltas – indien ik ze niet bijhoud – naar de afgesproken plaats (dit is de plaats van de klasrij). Dan zoek ik mijn vrienden op om te spelen.

Tijdens de speeltijden blijf ik onder toezicht van een meester of juffrouw:

  • ik zal nooit zonder toelating de speelplaats verlaten
  • om de bal op de straat of van een afdak te halen, vraag ik altijd eerst de toelating
  • ik laat de deuren v/d papierhokken dicht
  • ik ga niet naar de fietsenstalling

Ik zal geen voorwerpen mee naar school brengen die door de school verboden zijn: lederen bal, speelgoedwapens, gameboy, gsm, walkman …

Op de speelplaats zal ik me gedragen als een beleefd en welopgevoed kind:

  • ik vermijd alle ruzies
  • ik zal zeker niets vernielen
  • ik werp alle afval in de afvalbakken, want onze speelplaats wil ik proper houden
  • ik laat mijn jas of trui niet rondslingeren
  • ondanks een warmere temperatuur loop ik op de speelplaats niet rond met een ontbloot bovenlijf
  • tijdens de spelen zal ik altijd fatsoenlijke taal gebruiken. Scheldwoorden of schuttingtaal wil ik altijd vermijden
  • ik blijf uit de buurt van klaslokalen waar les gegeven wordt

Op de speelplaats eet ik alleen wat door de school is toegelaten : fruit, een koek … Het afval hiervan gooi ik zeker niet op de grond
De eerste bel zegt mij dat ik moet stoppen met spelen en naar de rij moet gaan. (Ik probeer –indien nodig- voor de eerste bel naar het buitentoilet te gaan). Ik zal in de toiletruimte niet spelen of knoeien.

Na de tweede bel sta ik rustig in de rij en praat of speel niet meer.

Bij een hevige regenval ga ik vanzelfsprekend beschutting zoeken onder een afdak. Ik laat me dus niet vrijwillig kletsnat worden, want het is niet fijn om nadien zo in de klas te moeten zitten. Van een klasdag met natte voeten kan ik alleen maar ziek worden … en dat vindt niemand fijn!

Als ik ziek ben geweest en voorlopig niet buiten mag gaan spelen dan breng ik hiervoor altijd een briefje van thuis mee. Tijdens de speeltijd gedraag ik me in de klas dan altijd behoorlijk … ook als de meester of juffrouw er niet is.

In de fietsenkelder

Als ik met de fiets naar school kom, stap ik buiten de schoolpoort van mijn fiets af.

Ik wandel (dus met de fiets aan de hand) naar de fietsenkelder want ik moet steeds voorzichtig zijn voor spelende kinderen.

Mijn fiets plaats ik ordelijk in de fietsenkelder.  Dat betekent … stelselmatig bijschuiven!

Ik heb eerbied voor mijn fiets en die van anderen en zorg dus dat ik geen fiets(en) omstoot.

Als dat soms toch (per ongeluk) gebeurd is, raap ik de fiets(en) op en zet hem (ze) weer ordelijk recht.

Ik zal nooit vrijwillig een fiets vernielen, want ik wil andermans bezit eerbiedigen. Als ik dat toch doe, weet ik dat ik de onkosten van de herstelling zelf moet betalen … en dat wil ik mijn ouders niet aandoen.

Buiten de schoolpoort blijf ik niet met mijn fiets staan om te praten met klasvrienden, want dat verhindert een vlotte doorgang. Ik rijd voorzichtig naar huis.

Voor het oversteken van de weg wacht ik op het teken van de begeleidende leerkracht.

Leerkrachtenhoekje